62. een telraam van verbanden

Stel dat men zich vooralsnog zou beperkten tot stapelverbanden  - of misschien beter gezegd: patronen - van koppen en strekken in een bepaalde volgorde, per laag op een bepaalde manier verschoven. Dan is daar een eenvoudig schuifspelletje van te maken, wat hier met de computer gedaan is. Het is zo eenvoudig dat het niet kan missen of men heeft dit vroeger met een soort telraam gedaan. Niet al deze ‘verbanden’ leveren even interessante secundaire patronen op, maar sommige wel. Om het goed te kunnen zien moeten de groep van repeterende lagen echter wel een aantal keer herhaald worden. Dat is hiernaast nog niet gebeurd, om de opsomming van bestaande verbanden overzichtelijk te houden.



Wat wel direct opvalt is dat de ‘herhalingsfactor’  C waarop bij een verband de mogelijke, mooie penanten (AK + CnK - V) en de gaten (BK + CnK +V) gemaakt kunnen worden, veelal uit dit schema af te leiden zijn. Bij afwisselend symmetrische en asymmetrische penanten en gaten verdubbelt deze herhalingsfactor. Het afleiden van de precieze randcombinatie van koppen, drieklezoren en misschien klezoren is nog wel een iets ingewikkeldere oefening.
Met dit schuifspelletje kan nu actief opzoek gegaan worden naar verbanden met nieuwe interessante secundaire patronen. Het verband moet natuurlijk wel een regelmatige herhaling blijven. Maar zelfs een verband als amerikaans bont verband met een regelmatig terugkerend ruitpatroon is te maken vanuit zich regelmatig herhalende reeksen van kop-strek-combinaties. Zie onderstaand voorbeeld. De schepping van het patroon zit dan echter wel meer in de verticale spiegeling van de verschillende lagen, dan in de verschuiving van lagen ten opzichte van elkaar.
Eronder is een eigen experiment gedaan. De kop en strek-afwisseling is net zo eenvoudig als bij vlaams verband. In elkaar geschoven schuine rechthoekjes vormen een secundair patroon. Het is geen mooi ‘proportie-verband’ omdat de rand eigenlijk op betrekkelijk willekeurige koppenmaat getrokken moeten worden: het patroon raakt hoe dan ook verstoord aan de randen. Vervolgens nog eens een kettingverband met sterke secundaire verticale lijnen en iets wat de engelstalige wikipedia flamish diagonal bond noemt. Mogelijkheden te over.




De logische vervolgstap is om voor dit telraam een eenvoudig computerprogrammatje te schrijven. Zoals vaak het geval dwingt programmeren tot een heldere vraagstelling en daarmee tot classificatie.
Het enige wat voor het verbandpatroon opgegeven moet worden zijn de verschillende kop/strek-reeksen per rij, hun beginpositie en om hoeveel lagen de volgorde zich herhaalt. Daaruit volgt ook direct een systematische naamgeving. Bovendien zijn er twee basistypen te onderscheiden. Allereerst zijn er verbanden die steeds bestaan uit de zelfde reeks stenen, maar met afwisselende beginposities. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het vlaamsverband, dat zich laat schrijven als KS0-KS3. (Eerste laag kop-strek begint op ‘klezoorpositie’ 0, terwijl de tweede laag kop-strek begint op positie 3. En daarna herhaalt het patroon zich.) Daarnaast zijn er verbanden van verschillende lagen, met verschillende beginposities. Een voorbeeld is kruisverband, dat zich laat schrijven als: K0-S1-K0-S3.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen