64. het verband als arceringspatroon

VERBP

Hieronder zijn de startvragen van het programmatje VERBP (verbandspatroon) afgedrukt. Het programma vraagt per laag wat de steenreeks en de beginpositie van die steenreeks is. De posities worden gerekend op basis van de opgegeven verdeling ten opzichte van de steenlengte, de strek. De standaard baksteen heeft natuurlijk meestal de verhoudingen 4:2:1, maar voor dit programmatje is dat niet noodzakelijk. Er kan ook een derde, of een vijfachtste steen worden ingevoerd. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de stootvoegdikte: een vijfachtste steen gaat dus eigenlijk uit van 8 stukjes steen en zeven voegen, die samen de streklengte vormen. De vijfachtste steenlengte is daarvan dus vijf stukjes steen en vier voegen lang. Als een verdeling van 8 posities per strek (+voeg) gekozen wordt, moet bij de positieverdeling dus ook ‘8’ worden ingevuld - al kan iets anders natuurlijk ook. Het programma maakt het mogelijk om snel te experimenteren met nieuwe patronen en nieuwe steenformaten.

Met het programma kunnen zowel verbanden met dezelfde steenreeks als verschillende steenreeksen per laag worden opgegeven. In het eerste geval dienen alleen beginposities te worden opgegeven, in het tweede geval ook de reeks vanaf die positie per laag. Uiteindelijk volgt een HATCH waar in het tekenprogramma naar geSNAPT kan worden. Als je ziet met welk gemak je nieuwe interessante patronen creëert ben je al snel verbaasd dat je zoveel saai metselwerk om je heen ziet.



Klik op plaatjes voor vergroting.

kleinste gemene veelvoud

Door verschillende steenvolgorden te combineren ontstaan vaak bijzondere motieven. Hieronder zijn bijvoorbeeld drie varianten op afwisselend strekkenlagen en vlaamsverband getoond. Het grijze vlakje toont de periodieke tegel waarmee het verband zich herhaalt. Door het kleinste gemene veelvoud te nemen van de koppenaantal van beide verbandlagen is de breedte van de periodieke tegel, ook wel de ‘herhalingsmaat’ van het verband te bepalen. Bij deze verbanden is dit ( 2 en 3: KGV = ) 6 koppen.
Drie varianten op basis van combinatieverband van strekkenlaag en laag vlaamsverband - vaak gebruikt in Twente.


Soms kent een verband meerdere denkbeeldige randlijnen voor het motief of secundaire orde patroon. De onderlinge afstand van werkelijk gelijke randen is gelijk aan de herhalingsmaat. Bij verbanden die bijvoorbeeld een asymmetrische penantbeëindiging kunnen hebben kan de herhalingsmaat schijnbaar gehalveerd zijn; maar dit gaat dan altijd gepaard met een wisseling in lagen (denk aan noors verband, herhalingsmaat 5 koppen, kettinglijn op 2,5 kop). Naast de periodieke tegel / herhalingsmaat zijn ook mogelijke randlijnen langs het motief op het patroon getekend. Bij een verband met andere steenformaten dan kop en strek moet natuurlijk de kleinste steen- en positiemaat als eenheid gekozen worden om herhalingsmaat in uit te drukken.
verschillende combinatieverbanden


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen